anakoloet

mannelijk/vrouwelijk (de)/anako'lut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een fout in de zin, een zin waarvan twee delen grammaticaal niet bij elkaar passen, waardoor de uiting onzinnig wordt
    Het is door deze anakoloet, want het klopt niet.

Etymologie

*van , in de betekenis van ‘niet-lopende zin’ aangetroffen vanaf 1847