anamnese

vrouwelijk (de)/ˌanɑmˈnezə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een vraaggesprek naar de ziektegeschiedenis
    Ik heb een beknopte anamnese gekregen.
  2. filosofie (filosofie) bij de socratische methode: het ‘zich herinneren’ van de vormen of ideeën der ideeënwereld in de werken van Plato
    Dat is de theorie van de anamnese die we ook in de Phaedo zijn tegengekomen: leren is een zich herinneren.
  3. religie (religie) in de Mis het deel van het Eucharistisch gebed waarin het lijden en sterven van Christus in herinnering gebracht wordt

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘het terugroepen in de herinnering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Vertalingen

Engelsanamnesis
Fransanamnèse
DuitsAnamnese, Krankengeschichte, Vorgeschichte
Spaansanamnesis
Italiaansanamnesi
Portugeesanamnese
Russischанамнез
Chinees病史
Arabischسيرة مرضية
Poolsanamneza
Zweedsanamnes
Deensanamnese