ananas
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑnaˌnɑs/
Wat is de betekenis van ananas?
ananas betekent: (fruit) (ook: Ananas sativus), een vrucht van de ananasplant
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fruit) (ook: Ananas sativus), een vrucht van de ananasplant
- (bloemplanten) een uit Zuid-Amerika afkomstige plant van de soort
Voorbeelden van "ananas" in een zin
- In de groentewinkel worden sinds kort ook ananassen verkocht.
- Het kweken van ananassen is lange tijd een hobby geweest op landgoederen in Nederland.
- Ik herinnerde me het etablissement met een ananas op het uithangbord.
Etymologie
*van en ananás
Vertalingen
Engelspineapple
Fransananas
DuitsAnanas
Spaanspiña
Italiaansananas
Portugeesananás, abacaxi
Russischананас
Japansパイナップル
Koreaans파인애플
Arabischأناناس
Turksananas
Poolsananas
Zweedsananas
Deensananas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek