ancien

mannelijk (de)/ɑ̃ˈʃɛ̃/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die ergens al lang actief is en daardoor zeer ervaren is
    De tijd waarin de ancien op de werkvloer automatisch gepromoveerd werd tot leidinggevende, ligt lang achter ons. Vandaag heeft slechts 28% van de werkende vijftigplussers een verantwoordelijke die even oud is of ouder.
    Dit komt door haar verlichtingstraditie en de dramatische breuk met het ancien régime waarbij niet alleen de 'culturele' bovenlaag uit de samenleving letterlijk is onthoofd door de guillotine, maar ook kloosters en kerken in brand zijn gestoken.

Etymologie

*van "ancien"