anemie

vrouwelijk (de)/ane'mi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) bloedarmoede, een gebrek aan rode bloedcellen
    Zij heeft al jaren last van anemie.

Etymologie

* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘bloedarmoede’ voor het eerst aangetroffen in 1669

Vertalingen

Engelsanaemia
Fransanémie
DuitsAnämie
Spaansanemia
Poolsanemia