angostura

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑŋɣɔs'tyra/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bittere drank gemaakt van de bast van de Zuid-Ameriaanse
    In de Millionaire shake (€10) stoppen ze soja, chocolade, granaatappel, korenwijn en blue curaçao. De Halo hi ball float is al helemaal opvallend: die bevat cola, kokosmelk, Bacardi añejo cuatro en Angostura.
    Doe alle ingrediënten voor de cocktail in een met ijsblokjes gevulde shaker. Shake krachtig en giet in een voorgekoeld cocktailglas. Ook lekker: voeg voor je de cocktail shaket een druppeltje bitters toe, zoals angostura- of sinaasappelbitters.

Etymologie

* vernoemde naar Angostura een havenstaad in Venezuela

Vertalingen

Engelsangostura