angstaanval
mannelijk (de)/ˈɑŋstaɱvɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanval van angst'Ik snap niet hoe jij hier beneden zo onmenselijk kalm kunt zijn: vijf meter onder het centrum van Indianapolis, tot je enkels in de rattenpoep, maar je krijgt een angstaanval als je denkt dat je vinger ontstoken is.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek