anode

vrouwelijk (de)/a'nodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, natuurkunde (scheikunde) (natuurkunde) de elektrode waarlangs elektronen het elektrolyt verlaten
    Aan een anode vindt een oxidatie plaats.
  2. elektronica (elektronica) in een radiobuis de positief geladen plaat die de elektronen ontvangt

Etymologie

* uit het Grieks

Vertalingen

Engelsanode
Spaansánodo
Deensanode