kathode

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een elektrische geleider waarlangs elektronen een elektrolyt binnengeleid worden
    Een reductie vindt plaats aan de kathode.
  2. elektronica (elektronica) in een radiobuis de door een gloeidraad verhitte elektrode die de elektronen uitzendt

Etymologie

* In de betekenis van ‘negatieve elektrode’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1870

Vertalingen

Engelscathode
Franscathode
DuitsKathode
Spaanscátodo