antioxidant

/ˈɑntiˌʔɔksiˌdɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) stof die reacties tegengaat waarbij elektronen worden uitgewisseld
    Trekkende zalmen in het noordwesten van de Verenigde Staten sterven elk jaar door een toxische stof afkomstig uit autobanden. De stof ontstaat wanneer een antioxidant die aan het bandoppervlak wordt toegevoegd om veroudering tegen te gaan, reageert met ozon in de lucht.
  2. voeding (voeding) stof die reactie met zuurstof tegengaat als chemische toevoeging om bederf te voorkomen
    Voedsel was het eerste dat men besloot op Europees niveau te regelen. De wetgeving die werd ingevoerd moest ook vooral dit soort consumentenmisleiding voorkomen. Op die kenmerkende Europese wijze werd voor elk petieterig onderdeeltje van het voedsel een regel ingevoerd. Van elke hulpstof, kleurstof, antioxidant, emulsifier of verdikkingsmiddel, natuurlijk of kunstmatig, staat precies beschreven in welke producten, voor welke functies, onder welk E-nummer, in welke hoeveelheden het gebruikt mag worden.
  3. fysiologie, voeding (fysiologie) (voeding) stof die het lichaam kan gebruiken om schade door reactieve zuurstofverbindingen tegen te gaan
    We mailen met Caroline Labrie, onderzoeker in Wageningen. „Ja”, schrijft ze, „in de schil zitten andere voedingsstoffen dan in de rest van de vrucht.” Ze noemt als voorbeeld appels met een rode schil. Daarin zitten veel anthocyanen. Die behoren tot de flavonoïden. En die hebben mogelijk een positief effect op de gezondheid. Het zijn antioxidanten, die cellen en weefsel beschermen tegen agressieve stoffen.

Etymologie

*afgeleid van oxidant

Vertalingen

Engelsantioxidant
Fransantioxydant
DuitsAntioxidans, Antioxidationsmittel
Spaansantioxidante
Poolsantyutleniacz, przeciwutleniacz