anti

mannelijk (de)/ˈɑnti/

Wat is de betekenis van anti?

anti betekent: de tegenstander

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tegenstander
voorzetsel
  1. zich kerend tegen, met afwijzing van

Voorbeelden van "anti" in een zin

  • De anti's
  • Ik ken de geschiedenis van Wilders, en we kennen allemaal zijn opinies, die absoluut állemaal anti-rechtsstatelijk zijn, en anti-democratisch, anti de rechtsorde.

Etymologie

*afgeleid van het Grieks: 'anti'

Vertalingen

Engelsanti, anti
Fransanti, anti
DuitsAnti, anti
Spaansanti, anti