tegen
Wat is de betekenis van tegen?
tegen betekent: zijdelings aanleunend
Betekenis
- zijdelings aanleunend
- oneens met, ter bestrijding van
- voor of omstreeks een bepaalde tijd
- de ontvangende persoon van een boodschap: aan
- voor de prijs van
- negatief argument of negatieve kant
Voorbeelden van "tegen" in een zin
- De fiets staat tegen de deur.
- Er is geen middel tegen deze ziekte.
- Het raadslid stemde tegen het voorstel.
- We gingen tegen de ochtend naar huis.
- Het liep tegen zevenen toen hij binnenkwam.
Betekenis en uitleg van tegen
Het woord 'tegen' wordt gebruikt om een tegenstrijdigheid of oppositie aan te geven. Het kan ook wijzen op een richting of plaatsing, zoals wanneer iets zich in de richting van iets anders bevindt.
Je gebruikt 'tegen' vaak in situaties waar je een conflict of tegenstelling wilt aanduiden, zoals in een discussie of wanneer je iets probeert te weerleggen. Daarnaast kan het ook verwijzen naar een positie, bijvoorbeeld als je zegt dat iemand tegen de muur staat. Het woord heeft een veelzijdige toepassing, zowel letterlijk als figuurlijk.
Voorbeelden
- Ze stond tegen de muur en luisterde naar de muziek.
- Hij was het tegen de plannen van zijn collega, omdat hij een andere visie had.
- De wind blies hard tegen het raam, waardoor het een onrustig geluid maakte.
Woordoorsprong
Het woord 'tegen' stamt af van het Oudgermaanse *tagwō, wat 'tegenover' of 'tegenaan' betekent.
Veelgestelde vragen over tegen
Wat is de betekenis van tegen?
tegen betekent: zijdelings aanleunend
Hoeveel betekenissen heeft tegen?
tegen heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft tegen?
tegen is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je tegen in een zin?
Voorbeeld: “De fiets staat tegen de deur.”
Etymologie
* Middelnederlands tēghen, naast ouder tjēghen, samengetrokken uit te + jēghen, waarvoor zie jegens. Te diende daarin om aan te duiden in welke richting een handeling plaatsvond; vgl. Oudnederlands angegin, ingegen ‘tegemoet, in strijd met’. Evenzo gevormd zijn Nederduits tegen ‘tegen’ en Duits zugegen ‘aanwezig’; met genitiefuitgang Oudfries tōjēnis(t) en Oudengels tōgēanes.
Uitdrukkingen
- vechten tegen de bierkaai
- tegen de borst stuiten — ergens zwaar moeite mee hebben
- tegen de draad ingaan — het er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan
- tegen de klippen op gaan — aan een stuk doorgaan (met liegen)
- tegen de lamp lopen — betrapt/gesnapt worden
- tegen de maan blaffen — iets doen wat totaal niet helpt
- tegen de stroom oproeien — tegen de meerderheid ingaan
- tegen de verdrukking in groeien — ondanks zware omstandigheden toch vooruit komen