tegen

onzijdig (het)/ˈteɣə(n)/

Wat is de betekenis van tegen?

tegen betekent: zijdelings aanleunend

Betekenis

voorzetsel
  1. zijdelings aanleunend
  2. oneens met, ter bestrijding van
  3. voor of omstreeks een bepaalde tijd
  4. de ontvangende persoon van een boodschap: aan
  5. voor de prijs van
zelfstandig naamwoord
  1. negatief argument of negatieve kant

Voorbeelden van "tegen" in een zin

  • De fiets staat tegen de deur.
  • Er is geen middel tegen deze ziekte.
  • Het raadslid stemde tegen het voorstel.
  • We gingen tegen de ochtend naar huis.
  • Het liep tegen zevenen toen hij binnenkwam.

Betekenis en uitleg van tegen

Het woord 'tegen' wordt gebruikt om een tegenstrijdigheid of oppositie aan te geven. Het kan ook wijzen op een richting of plaatsing, zoals wanneer iets zich in de richting van iets anders bevindt.

Je gebruikt 'tegen' vaak in situaties waar je een conflict of tegenstelling wilt aanduiden, zoals in een discussie of wanneer je iets probeert te weerleggen. Daarnaast kan het ook verwijzen naar een positie, bijvoorbeeld als je zegt dat iemand tegen de muur staat. Het woord heeft een veelzijdige toepassing, zowel letterlijk als figuurlijk.

Voorbeelden

  • Ze stond tegen de muur en luisterde naar de muziek.
  • Hij was het tegen de plannen van zijn collega, omdat hij een andere visie had.
  • De wind blies hard tegen het raam, waardoor het een onrustig geluid maakte.

Woordoorsprong

Het woord 'tegen' stamt af van het Oudgermaanse *tagwō, wat 'tegenover' of 'tegenaan' betekent.

Veelgestelde vragen over tegen

Wat is de betekenis van tegen?

tegen betekent: zijdelings aanleunend

Hoeveel betekenissen heeft tegen?

tegen heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft tegen?

tegen is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van tegen?

Synoniemen van tegen zijn: anti, contra, omstreeks, rond, aan.

Hoe gebruik je tegen in een zin?

Voorbeeld: “De fiets staat tegen de deur.

Etymologie

* Middelnederlands tēghen, naast ouder tjēghen, samengetrokken uit te + jēghen, waarvoor zie jegens. Te diende daarin om aan te duiden in welke richting een handeling plaatsvond; vgl. Oudnederlands angegin, ingegen ‘tegemoet, in strijd met’. Evenzo gevormd zijn Nederduits tegen ‘tegen’ en Duits zugegen ‘aanwezig’; met genitiefuitgang Oudfries tōjēnis(t) en Oudengels tōgēanes.

Uitdrukkingen

  • vechten tegen de bierkaai
  • tegen de borst stuitenergens zwaar moeite mee hebben
  • tegen de draad ingaanhet er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan
  • tegen de klippen op gaanaan een stuk doorgaan (met liegen)
  • tegen de lamp lopenbetrapt/gesnapt worden
  • tegen de maan blaffeniets doen wat totaal niet helpt
  • tegen de stroom oproeientegen de meerderheid ingaan
  • tegen de verdrukking in groeienondanks zware omstandigheden toch vooruit komen

Vertalingen

Engelsagainst, against
Franscontre
Duitsgegen
Spaanscontra
Italiaanscontro
Portugeescontra
Poolsprzeciw
Zweedsmot
Deensimod