voor
onzijdig (het)/vor/
Wat is de betekenis van voor?
voor betekent: dichterbij dan (gezien vanaf de spreker of anderszins)
Betekenis
voorzetsel
- dichterbij dan (gezien vanaf de spreker of anderszins)
- aan de voorkant
- eerder komend in de bewegingsrichting
- eerder in tijd
- eerder in volgorde
- eerder in rangorde
- ten behoeve van, ten gunste van
- eens met, positief tegenover, ten gunste van, pro
- wat betreft, met betrekking tot, aangaande
- tegen de prijs van, ten bedrage van, tegen
- in plaats van, ter vervanging van
- lijkend op, beschouwd als
voegwoord
- onderschikkend: voordat, aleer, eerder in tijd dan
zelfstandig naamwoord
- positief argument of positieve kant
- (landbouw) lange, smalle en ondiepe insnijding in een akker, gewoonlijk door een ploeg aangebracht
Voorbeelden van "voor" in een zin
- Er hangen wolken voor de zon.
- Bob hangt iedere avond uren voor de televisie.
- Piet parkeert zijn auto voor de winkel.
- Je moet voor de kerk linksaf slaan.
- We moeten boodschappen doen voor sluitingstijd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘ploegsnede’ zie vore
Uitdrukkingen
- [1] voor de hand liggen (zie: hand)
- [4] de kost gaat voor de baat uit
- [6] de zaak gaat voor het meisje
- als de dood zijn voor
- de mens is voor de mens een mens
- voor het zingen de kerk uit
- voor een appel en een ei
- voor zover
Vertalingen
Engelsin front of, before, for
Fransdevant, avant, pour
Duitsvor, vor, bevor
Spaansen frente de, delante de, antes
Italiaansdavanti, prima, innanzi
Portugeesantes, sulco, rego
Russischruперед, перед, до
Chinees面前, 以前
Japansの前に, の前に
Arabischأمام, قبل, ثَلْم
Poolsprzed, przed, przed
Zweedsföre, innan, fåra
Deensfør, solc, fure
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek