contra
/ˈkɔntra/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- contrarevolutionairin de jaren 1980 is het zelfstandig naamwoord contra ‘opstandeling in Nicaragua’ opgekomen
- argumenten tegen de geponeerde stellingIn de discussie kwamen alle pro's en contra's ter sprake.
voorzetsel
- tegenHij is weer eens contraproductief bezig.Afbreken contra opbouwen. Kwaad tegen goed.
Etymologie
*van Latijn cŏntrā "tegen, tegenover", als voorzetsel voor aangetroffen vanaf 1555
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek