antwoorden

/ˈɑntwordə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) het geven van een antwoord
    Heb jij hem al geantwoord?
    De leerlingen antwoordden zonder fouten op de vraag van de leraar.
  2. ov (ov) als antwoord geven
    `U kunt krijgen wat u hebben wilt, goede vrouw,' antwoordde Sint rustig. `Dan wil ik jouw mooie, rooie mantel hebben, hè, hè, hè!'
    En wat kon hij daar in godsnaam op antwoorden? Ze had een grote fles cognac in huis. En wat maakte het uit, het was nog vroeg.
  3. ov (ov) reageren middels een daad of handeling

Etymologie

*afgeleid van antwoord

Vertalingen

Engelsreply, answer, respond
Fransrépondre
Duitsantworten
Spaanscontestar, responder, replicar
Italiaansrispondere
Portugeesresponder
Russischотвечать
Poolsodpowiadać
Zweedssvara