apathie
vrouwelijk (de)/apa'ti/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (psychologie) lusteloosheid, gebrek aan emotie, motivatie of enthousiasmeLuc was gewoon niet aan de gang te krijgen. Langzamerhand zakte hij weg in totale apathie. {{Aut|Sandes, DavidMomenten van volslagen apathie wisselden zich af met korte periodes waarin hij driftig op en neer liep.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ongevoeligheid’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Engelsapathy
Fransapathie
Spaansapatía, indiferencia
Portugeesapatia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek