apen

/ˈapə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. primaten (primaten) een infraorde uit de orde der primaten (Primates). Alle primaten die niet tot de infraorde van de apen behoren worden halfapen genoemd. Een groep halfapen, de spookdiertjes, wordt beschouwd als de nauwste verwant van de apen en samen worden ze geplaatst in de onderorde Haplorhini
  2. pejoratief (pejoratief) benaming voor baldadige, domme mensen
    En waar zijn die twee apen gebleven? Goh, wat heb ik vanmiddag een lol om ze gehad.
werkwoord
  1. verouderd (verouderd) iets als een aap nadoen

Etymologie

* "aap" met de uitgang -en