apocrief

mannelijk (de)/apoˈkrif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overgeleverde tekst die volgens een kerkgenootschap niet echt tot de Bijbel behoort
    Het grote bezwaar tegen de aanduiding Rijmbijbel is de geïmpliceerde maar misleidende suggestie dat we met een berijming van de bijbel te maken zouden hebben, terwijl het in werkelijkheid gaat om een bewerking van de 'Historia Scholastica'. Een essentieel verschil, daar Comestor zich beperkt tot de (letterlijke uitleg van de) historische boeken van het Oude Testament, de apocriefen en de evangeliën.
  2. schrijver van een van de overgeleverde teksten volgens een kerkgenootschap niet echt tot de Bijbel behoren
    't Geldt hier immers een apocrief en geen bijbelschrijver?

Etymologie

*apocryph (officiële spelling tot 1864 in Vlaanderen en 1883 in Nederland)

Vertalingen

Engelsapocrypha
Fransapocryphe
Duitsapokryphen
Spaansapócrifo
Italiaansapocrifo
Portugeesapócrifos
Poolsapokryf
Zweedsapokryferna
Deensapokryfe