Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
aporofobie
vrouwelijk (de)/ˌaporofoˈbi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (maatschappij) afkeer van mensen die arm zijn en de manier waarop zij leven“Het is noodzakelijk dat wij samen de confrontatie aangaan met de populistische discoursen van onverdraagzaamheid, vreemdelingenhaat, aporofobie - dat is de haat tegen de armen - en met al die discoursen die ons leiden naar onverschilligheid, meritocratie en individualisme; deze verhalen dienen er alleen maar toe om onze mensen te verdelen en ons poëtisch vermogen, het vermogen om samen te dromen, te ondermijnen en te neutraliseren”, zei Franciscus.Specifiek, "aporofobie" betekent haat tegen of afwijzing van de armen, iets dat zowel in het denken als in het handelen van veel mensen tot uiting komt.
Etymologie
*van "aporofobia", door de Spaanse 20e eeuwse filosoof halverwege de jaren 90 van gevormd uit "ἄπορος" (áporos) "zonder middelen, arm" en "φόβος" (fóbos) "angst", naar het voorbeeld van een woord als "xenofobie"
Vertalingen
Engelsaporophobia
Fransaporophobie
DuitsAporophobie
Spaansaporofobia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek