apotheker
Wat is de betekenis van apotheker?
apotheker betekent: (beroep) iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt
Betekenis
- (beroep) iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt
Voorbeelden van "apotheker" in een zin
- Apothekers maken zich zorgen om toename medicijntekort [http://www.nu.nl/gezondheid/4232391/apothekers-maken-zich-zorgen-toename-medicijntekort.html www.nu.nl]
- Jouw medicijnen halen we bij de apotheker, ik zorg dat jij ze op tijd inneemt en Sander rijdt jou heen en weer naar het ziekenhuis.
Betekenis en uitleg van apotheker
Een apotheker is een deskundige op het gebied van medicijnen en gezondheid. Hij of zij bereidt en verstrekt medicijnen aan patiënten, geeft advies over het gebruik ervan en zorgt ervoor dat je goed geïnformeerd bent over je medicatie.
Het woord 'apotheker' wordt vaak gebruikt in de context van gezondheidszorg, vooral als je vragen hebt over medicijnen of als je een recept wilt laten vervullen. Apothekers spelen een cruciale rol in het bevorderen van de volksgezondheid, omdat ze niet alleen medicijnen verstrekken, maar ook een waardevolle bron van informatie zijn voor patiënten. Het is belangrijk om te weten dat apothekers vaak ook kunnen helpen bij het vinden van alternatieven of bijwerkingen van medicijnen.
Voorbeelden
- Na het bezoek aan de dokter ging ik naar de apotheker om mijn medicijnen op te halen.
- De apotheker gaf me nuttige tips over hoe ik de bijwerkingen van mijn medicatie kon verminderen.
- Tijdens de gezondheidsbeurs sprak ik met een apotheker die vertelde over nieuwe ontwikkelingen in de farmacie.
Woordoorsprong
Het woord 'apotheker' komt van het Griekse 'apothēkē', wat 'opslagplaats' betekent, en verwijst naar de plaats waar medicijnen werden bewaard.
Veelgestelde vragen over apotheker
Wat is de betekenis van apotheker?
apotheker betekent: (beroep) iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt
Welk woordgeslacht heeft apotheker?
apotheker is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van apotheker?
Synoniemen van apotheker zijn: farmaceut, pillendraaier.
Hoe gebruik je apotheker in een zin?
Voorbeeld: “Apothekers maken zich zorgen om toename medicijntekort [http://www.nu.nl/gezondheid/4232391/apothekers-maken-zich-zorgen-toename-medicijntekort.html www.nu.nl]”
Etymologie
*afgeleid van apotheek