apotheker
mannelijk (de)/apoˈtekər/
Wat is de betekenis van apotheker?
apotheker betekent: (beroep) iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt
Voorbeelden van "apotheker" in een zin
- Apothekers maken zich zorgen om toename medicijntekort [http://www.nu.nl/gezondheid/4232391/apothekers-maken-zich-zorgen-toename-medicijntekort.html www.nu.nl]
- Jouw medicijnen halen we bij de apotheker, ik zorg dat jij ze op tijd inneemt en Sander rijdt jou heen en weer naar het ziekenhuis.
Etymologie
*afgeleid van apotheek
Vertalingen
Engelspharmacist
Franspharmacien
DuitsApotheker
Spaansfarmacéutico
Italiaansfarmacista
Turkseczacı
Poolsaptekarz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek