apparatsjik
mannelijk (de)/ɑpa'rɑtʃɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep), (politiek) iemand die ten tijde van het Sovjet-tijdperk werkte bij de of de Russische overheidMichail Gorbatsjov was een brave communistische apparatsjik.[https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/44568/michail-gorbatsjov-en-het-einde-van-de-sovjet-unie.html Michail Gorbatsjov en het einde van de Sovjet-Unie ], Historisch Nieuwblad
- (beroep), (figuurlijk), (pejoratief) ambtenaar die door zijn bureaucratische werkwijze onnodige barrières opwerptEn als het onheil niet uit Kansas komt, is er wel een Chinese kredietindicator opgesteld door een apparatsjik in Peking die beleggers uit hun slaap houdt.[https://www.tijd.be/opinie/commentaar/welkom-otto-sixpack/8956304.html Welkom, Otto Sixpack!], De Tijd, 1 september 2010
Etymologie
* Leenwoord uit het Russisch, "agent van het apparaat". In de betekenis van ‘bureaucraat’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek