apparatuur

vrouwelijk (de)/ˌɑparaˈtyr/

Wat is de betekenis van apparatuur?

apparatuur betekent: geheel aan toestellen en toebehoren dat men voor een bepaalde taak benodigt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel aan toestellen en toebehoren dat men voor een bepaalde taak benodigt

Voorbeelden van "apparatuur" in een zin

  • Hoewel hij nooit kookte had hij toch een enorme hoeveelheid keukenapparatuur in zijn keuken staan.

Etymologie

* van "Apparatur", in de betekenis van ‘samenstel van apparaten’ voor het eerst aangetroffen in 1933

Vertalingen

Engelsequipment
Fransappareillage
Spaansequipo