apparaat

onzijdig (het)/ˌɑpaˈrat/

Wat is de betekenis van apparaat?

apparaat betekent: (techniek) een door mensen gemaakt voorwerp dat is samengesteld uit verschillende onderdelen en een bepaalde functie heeft

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een door mensen gemaakt voorwerp dat is samengesteld uit verschillende onderdelen en een bepaalde functie heeft
  2. organisatiekunde, beroep (organisatiekunde), (beroep) een groep samenwerkende mensen, m.n. binnen een bepaalde beroepsgroep

Voorbeelden van "apparaat" in een zin

  • Een mes is geen apparaat terwijl een keukenmachine dat wel is.
  • Het apparaat is door de ingeslagen bliksem kapotgegaan.
  • Het apparaat – niet de lichtste optie met zijn 178 gram – was even groot als een Snicker en hoefde maar een keer per week opgeladen te worden.
  • De regering maakte meer geld voor het politieapparaat vrij.

Etymologie

*van "apparat", in de betekenis van ‘toestel, mechanisch hulpmiddel’ aangetroffen vanaf 1862

Vertalingen

Engelsdevice
Fransappareil
DuitsApparat
Spaansaparato, dispositivo
Italiaansapparecchio
Portugeesaparelho
Poolsurządzenie
Zweedsapparat
Deensapparat