organisatie

vrouwelijk (de)/ˌɔrɣaniˈza(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het organiseren
    Het is nog een hele organisatie om het feest voor te bereiden.
  2. de manier waarop iets georganiseerd is
    De interne organisatie van dat bedrijf is hoogst ondoorzichtig.
    En met de Duitse organisatie en techniek kon er de hoognodige orde komen in het Franse gekkenhuis.
  3. een groep, instantie e.d. die een bepaald doel of een bepaalde (vaak economische) rol in de maatschappij heeft (zoals een bedrijf e.d.)
    Deze organisatie leidt de strijd tegen AIDS.
    De PCT is de laatste jaren erg populair geworden, waardoor de overkoepelende organisatie, de Pacific Crest Trail Association, een maximaal aantal van 50 startbewijzen per dag heeft ingesteld.

Etymologie

*Ontleend aan het Franse organisation of het middeleeuws Latijnse organizatio (met als oorspronkelijke betekenis "orgelspel").

Vertalingen

Engelsorganization, organization, organization
Fransorganisation, organisation, organization
DuitsOrganisation, Organisation, Organisation
Spaansorganización, organización, organización
Italiaansorganizzazione
Portugeesorganização
Russischорганизация
Chinees组织
Japans組織
Koreaans조직
Arabischمنظمة, مؤسسة
Poolsorganizacja
Zweedsorganisation