appelbloesem
mannelijk (de)/ˈɑpəlˌblusəm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) bloem van een appelboomBij kersenbloesem zijn de steeltjes langer dan bij pruimen. En bij pruimen en kersen is de bloesem helderwit, in plaats van crèmewit, zoals bij peren. Appelbloesem is roziger.Mannetjes ruiken naar hout, leer en nootmuskaat, vrouwtjes naar perzik en appelbloesem.
- (kleur) bleekroze kleurAppelbloesem wordt gemaakt uit een kleine hoeveelheid Engels rood met veel wit. Het was een vrij algemeen voorkomende interieurkleur in de 17de eeuw.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek