appel

mannelijk (de)/ˈɑpəl/

Wat is de betekenis van appel?

appel betekent: (bloemplanten) (fruit) ronde eetbare vrucht met wit vruchtvlees en een rode, groene of gele al dan niet gebloste of gestreepte schil; vrucht van de appelboom (in het bijzonder van de soort ).

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten, fruit (bloemplanten) (fruit) ronde eetbare vrucht met wit vruchtvlees en een rode, groene of gele al dan niet gebloste of gestreepte schil; vrucht van de appelboom (in het bijzonder van de soort ).
  2. bloemplanten (bloemplanten) boom die deze vruchten draagt, appelboom.
zelfstandig naamwoord
  1. tijdstip waarop alle leden van een groep bijeengeroepen worden om hun aanwezigheid te bewijzen.
  2. het doen van een beroep op iemands gevoel van eer of rechtvaardigheid
  3. hoger beroep
  4. valkerij (valkerij): de reactie of gehoorzaamheid van de vogel

Voorbeelden van "appel" in een zin

  • Snoep gezond, eet een appel!
  • Toen ik de volgende ochtend om 4 uur wakker werd, stond de stille jongen al op het punt te vertrekken en gaf me een appel.
  • Ik heb veel appelen staan in mijn tuin.
  • 's Morgens om zes uur moesten alle soldaten op appel verschijnen.
  • De appellant richtte een appel aan de gouverneur om de executie uit te stellen.

Betekenis en uitleg van appel

Een appel is een ronde, vaak zoete vrucht die aan een boom groeit. Het is een populaire snack en wordt vaak gegeten als onderdeel van een gezond dieet.

Het woord 'appel' wordt vaak gebruikt in de context van fruit, maar het kan ook in een bredere zin worden toegepast, bijvoorbeeld in spreekwoorden of als metafoor voor iets dat aantrekkelijk of gezond is. Appels zijn er in verschillende soorten en smaken, van zoet tot zuur, en worden vaak gebruikt in gerechten, zoals taarten of salades. Het is een veelzijdige vrucht die wereldwijd wordt gewaardeerd.

Voorbeelden

  • Na het sporten genoot ik van een frisse appel als een gezonde snack.
  • In het najaar plukten we samen appels uit de boomgaard voor de jaarlijkse oogst.
  • Ze zei altijd dat een appel per dag je dokter op afstand houdt.

Woordoorsprong

Het woord 'appel' komt van het Oudnederlands 'apful', wat verwant is aan het Duitse 'Apfel' en het Engelse 'apple'.

Uitdrukkingen met appel

  • de appel valt niet ver van de boomKinderen lijken vaak op hun ouders.
  • een appel voor de dorstIets bewaren voor later, voor het geval je het nodig hebt.

Veelgestelde vragen over appel

Wat is de betekenis van appel?

appel betekent: (bloemplanten) (fruit) ronde eetbare vrucht met wit vruchtvlees en een rode, groene of gele al dan niet gebloste of gestreepte schil; vrucht van de appelboom (in het bijzonder van de soort ).

Hoeveel betekenissen heeft appel?

appel heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft appel?

appel is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van appel?

Synoniemen van appel zijn: bijeenroeping, oproep, smeekbede, verzoek.

Hoe gebruik je appel in een zin?

Voorbeeld: “Snoep gezond, eet een appel!

Etymologie

*appél: van "appel", in de betekenis van ‘beroep, verzet’ aangetroffen vanaf 1336 Het Middelnederlands kende de vorm appeel (ontleend aan het Oudfrans), die bewaard is als verkleinwoord: appeelken. De moderne vorm is een hernieuwde ontlening aan het moderne Frans.

Uitdrukkingen

  • Een appel valt niet ver van de boom.
  • :Kinderen lijken over het algemeen op hun ouders.
  • Wie appelen vaart, die appelen eet.Als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken./Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van.
  • Een rotte appel in de mand maakt ook het gave fruit te schand.Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen, of ook hun reputatie aantasten.
  • voor een appel en een ei
  • Een appeltje voor de dorstIets extra's dat men achter de hand houdt voor minder goede tijden
  • Appels met met peren/citroenen vergelijkenOnvergelijkbare zaken toch met elkaar (proberen te) vergelijken
  • Iemand appelen voor citroenen verkopenIemand afzetten, in het zak zetten

Vertalingen

Engelsapple, appeal
Franspomme
DuitsApfel
Spaansmanzana
Italiaansmela, appello
Portugeesmaçã
Russischяблоко
Japans林檎
Koreaans사과
Turkselma
Poolsjabłko
Zweedsäpple, appell
Deensæble