verzoek

onzijdig (het)/vərˈzuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vraag om iets te doen, te laten of toe te staan
    Ze kneep haar ogen even tevreden dicht, alsof ze hele tijd al had geweten dat hij haar verzoek zou inwilligen.
    Een bedrijf met meer dan tien werknemers mag een verzoek tot thuiswerken niet zomaar weigeren.
  2. document waarin wordt gevraagd om iets te doen, te laten of toe te staan
    Het Nationaal Rampenfonds, waaraan zijn verzoek was overgebracht, kon het helaas niet op die manier uitvoeren.
    Koning Charles heeft formeel een verzoek ingediend om zijn zus Anne en broer Edward toe te voegen aan de lijst van zogeheten Counsellors of State. Deze Counsellors of State mogen voor hem invallen. Het verzoek van de vorst is maandag voorgelezen in het Britse Hogerhuis.

Etymologie

*van Middelnederlands "versoec"; "verzoeken"

Vertalingen

Engelsrequest
Fransrequête
DuitsBitte, Ersuchen, Gesuch
Spaansdemanda
Italiaansrichiesta
Turksrica, dilekçe