appgroep

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep gebruikers van WhatsApp die berichten maken die naar alle leden van de groep gestuurd worden
    Bovendien zaten hun leidinggevenden ook in de appgroep en die grepen nooit in. Ze vinden dat ze te zwaar zijn gestraft en dat het onderzoek niet goed is verlopen.
    "Maar iedereen is er ook wel echt klaar mee. Ik zit in een appgroep met andere gedupeerden. Zodra er weer iets gebeurt, spelen de emoties nog altijd hoog op."