apr.
mannelijk (de)/ɑˈprɪl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (afkorting) vierde kalendermaand, aprilDe vergadering is 17 apr. 2011|De datum van de vergadering is 17 april 2011
Etymologie
*(verkorting) van het Nederlandse zelfstandige naamwoord "april"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek