apraxie
vrouwelijk (de)/aprɑksi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) het onvermogen om complexe handelingen uit te voeren, die niet terug te voeren zijn op een parese, sensibiliteitsstoornissen, ataxie of bewustzijnsstoornissen
Etymologie
*afgeleid van het Griekse praxis (handeling)
Vertalingen
Spaansapraxia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek