apraxie

vrouwelijk (de)/aprɑksi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) het onvermogen om complexe handelingen uit te voeren, die niet terug te voeren zijn op een parese, sensibiliteitsstoornissen, ataxie of bewustzijnsstoornissen

Etymologie

*afgeleid van het Griekse praxis (handeling)

Vertalingen

Spaansapraxia