Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
aprildag
mannelijk (de)/a'prɪldɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dag in de vierde maand van het jaarWarmste aprildag ooit: Half april en hitte alom. Het KNMI schreef records in de boeken. In De Bilt werd gisteren een temperatuur van boven de 28,9 graden waar genomen, waarmee de warmste dag van april uit 1968 werd overtroffen. Tubantia 16-04-07 [https://www.tubantia.nl/overig/warmste-aprildag-ooit~a33b0664/ Warmste aprildag ooit]Zomerse taferelen op Schiphol. De luchthaven kreeg ruim 170.000 passagiers op bezoek en beleefde daarmee vrijdag de drukste aprildag uit haar historie. Gezinnen grijpen de lange meivakantie aan voor een vliegreis naar de zon. Tubantia 26-04-08 [https://www.tubantia.nl/overig/boarding-please~a5bc4e93/ Boarding please]
Vertalingen
Engelsday in April
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek