Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
aprilnacht
mannelijk (de)/a'prɪlnɑxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een van de nachten in de maand aprilIn het hele land moesten automobilisten vanochtend krabben. Fruittelers probeerden net als gisternacht de bloesem te beschermen door te sproeien of zetten warmtekanonnen in. Volgens 1Limburg was het in Limburg de koudste aprilnacht in 14 jaar. Gevreesd wordt dat de nachtvorst fruittelers mogelijk miljoenen euro's kost door schade aan de bloesem. Dat wordt later op de dag duidelijk als de schade wordt bekeken.Met -6,3 graden op meetpunt Deelen (Gelderland) is het de koudste 3-aprilnacht ooit gemeten, zo meldt Weerplaza. In Enschede is een temperatuur van -6 graden gemeten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek