arbeiderspartij

vrouwelijk (de)/ˈɑrbɛidərspɑrˌtɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) organisatie van of voor mensen die in dienst van anderen moeten werken, met het doel hun lot te verbeteren door de staat te beïnvloeden, vooral door deelname aan verkiezingen
    Progressieve kiezers maken zich druk om LHBT-rechten en genderkwesties die de meeste arbeiders koud laten. Een linkse arbeiderspartij wordt zo een contradictio in terminis.