arbeid
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van arbeid?
arbeid betekent: (natuurkunde) energie die door een krachtbron geleverd wordt bij verplaatsing van een voorwerp
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) energie die door een krachtbron geleverd wordt bij verplaatsing van een voorwerp
- (economie) de primaire productiefactor
- inspanning
Voorbeelden van "arbeid" in een zin
- Arbeid is kracht x weg
- De bewindsman zei toen te vrezen dat in de toekomst voor veel mensen geen betaald werk meer is, omdat de meeste arbeid straks wellicht door robots of machines wordt verricht. [http://www.nu.nl/internet/4069999/robots-krijgen-steeds-meer-invloed-arbeidsmarkt.html www.nu.nl]
- In het midden van een boomgaard staan en al je arbeid zien gedijen.
- Hun arbeid is niets waard ' 'U moet oppassen met het woord “tirannie", meneer Robles,' zei Harold.
- De fMRI- beelden van de hersenen tijdens dit soort specifieke cognitieve taken bieden veel inzicht over de locaties en omvang van hersenactiviteiten tijdens het uitvoeren van dit soort arbeid van 'het brein'.
Etymologie
* uit het Middelnederlands
Uitdrukkingen
- Arbeid adelt — Met hard werken kun (je geld verdienen en) hogerop komen
- Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet — Met hard werken kun (je geld verdienen en) hogerop komen, maar de adel doet dat niet want die is al rijk of verkrijgt zijn geld op een andere manier
- Na gedane arbeid is het goed rusten — na het werk doet het goed te kunnen uitrusten
- Geld verzoet de arbeid — geld dat je verdient maakt het (vervelende) werk weer goed
Vertalingen
Engelswork, labour
Franstravail
DuitsArbeit
Spaanstrabajo
Italiaanslavoro
Poolspraca
Zweedsarbete
Deensarbejde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek