karwei

onzijdig (het)/kɑrˈwɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een klus of hoeveelheid werk die gedaan of afgerond moet worden
    Dat is een behoorlijk karwei, hoor!
    Opgelucht dat het vermoeiende karwei er eindelijk op zat, fietste ik rustig terug naar mijn hotel want ik verlangde naar mijn bed
  2. slachtafval

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘werk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1271

Vertalingen

Engelsjob, task, work
Spaansfaena, tarea, trabajo