karwats
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑrˈwɑts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- slagwerktuig van zwiepend materiaalVerdomd als het niet waar is, ginds zie je een opgebroken weg: daar wordt vast gewerkt aan de vermaledijde vooruitgang die altijd een reuzenstap achteruit is omdat het tastbare verleden er wordt omgewoeld en platgewalst. Nog éven, denk je, en ik schaf me een buks aan of een karwats.Een stikziende Mof, die langs de Maas loopt zwerven, met een langen Degen, en met een onzichtbaare Couragie, en die op een zeekeren tyd, een groot half uur heeft geleezen in de Werken van Paracelsus, om te zien; of 'er geen Wapenzalf in vermelt stond, bestendig tegens een Rotting of tegens een Karwats, die Slaplenden sustineert, Dat het boek M, een Toverboek is, om dies wil, dat Paracelsus, (het zyn de eige woorden van die wysgeer) nog dieper en stylder was geleert als het Doktoortje met de Molensteene Kastoor.
- (paardrijden) leren rijzweep met handvatVoorop reed Lulofs in rijbroek en hooggesloten kaki-jas met zilveren controleursknopen, een fijngevlochten bamboehoed op het hoofd en in de hand een karwats.Burgermeesteren, Schepenen en Raden der Stad TIEL, maken by deezen bekend, dat hare jaerlykse tweede PAERDEN MARKT zal gehouden watden op den 26sten deezer maend September; zullende ingevolge voorheen gedane bekendmakinge, die geene, die 't beste en grootste koppel Paerden ter markt brengt, genieten een paer Stangen met zilvere Pokkels; en die 't grootste en beste koppel Paerden koopt, een fraje Karwats.
- gesel van leren stroken aan een handvat, gebruikt voor lijfstraffenBedoeld is: Grammatica, de achtste der negen middeleeuwse muzen van de vrije kunsten. Is het een wonder dat juist zij in de mythologie als attribuut een zweep heeft meegekregen en dat zij in de schilderkunst steevast voorkomt met een karwats in haar hand?Terwijl de zweep knalde - misschien inderdaad een karwats, daar wil ik af wezen - bleef ze me nakijken, (…)Wacht, gy, kleine deugenieten,Reeds zoo vroeg volleerd in't kwaad!Myn karwats zal u doen voelen,Hoe het zulke knapen gaat.
Etymologie
* ontstaan als variant van karbats, dat gespeld "carbats" in de betekenis van ‘zweep’ als ontlening aan het Russisch voor het eerst aangetroffen in het jaar 1616 en in 1724 (zie het tweede citaat onder 1.) voor het eerst als "karwats"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek