archeologie

vrouwelijk (de)/ˌɑrxejoloˈɣi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) studie van de niet-geschreven overblijfselen van het verleden
    De archeologie maakt veel gebruik van uiterst zorgvuldige opgravingen.
    Casper Reuvens, die rechten en klassieke talen had gestudeerd, zag de in 1818 nog jonge archeologie als een vak dat „naast sterrenkunde en geologie, nieuwe bronnen van kennis” bood.NRC Theo Toebosch 11 mei 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/05/11/rijksmuseum-van-oudheden-200-jaar-graven-naar-schatten-in-de-grond-a1602629 Rijksmuseum van Oudheden: 200 jaar graven naar schatten in de grond ]

Etymologie

samengesteld uit ἀρχαῖος, 'arkhaîos' (oud) en λόγος, 'lógos' (woord; rede)

Vertalingen

Engelsarchaeology
Fransarchéologie
DuitsArchäologie
Spaansarqueología
Italiaansarcheologia
Portugeesarqueologia
Russischархеология
Japansこうこが, 考古学
Poolsarcheologia
Zweedsarkeologi