archief
onzijdig (het)/ɑr'xif/
Wat is de betekenis van archief?
archief betekent: plaats waar (meestal oude) documenten opgeslagen en verzameld worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plaats waar (meestal oude) documenten opgeslagen en verzameld worden
- verzameling documenten die zijn gemaakt en/of ontvangen door een persoon of organisatie
Voorbeelden van "archief" in een zin
- In het Nationaal Archief in Den-Haag wordt veel geschiedkundig onderzoek gedaan.
- Hier waren Max en Dennis officieel gestorven. Wat automatisch inhield dat hier bepaalde documenten lagen. Bij de administratie of ergens in een archief, dat was haar om het even.
- Een huisarts moet zijn patiëntenarchief goed bijhouden.
Etymologie
* uit het Latijn
Vertalingen
Engelsarchive
Fransarchives
DuitsArchiv
Spaansarchivo
Italiaansarchivio
Portugeesarquivo
Russischархив
Arabischأرشيف
Poolsarchiwum
Zweedsarkiv
Deensarkiv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek