architectuur

vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van architectuur?

architectuur betekent: (kunst), de bouwstijl van een gebouw, bouwstijl

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst (kunst), de bouwstijl van een gebouw, bouwstijl
  2. bouwkunde, wetenschap, techniek (bouwkunde), (wetenschap), (techniek), de kunst en de leer van het ontwerpen en uitvoeren van bouwwerken, bouwkunst
  3. wetenschap, techniek (wetenschap), (techniek), conceptuele structuur en het functionele gedrag van computersystemen, systeemprogramma's en andere systemen of de beschrijving daarvan

Voorbeelden van "architectuur" in een zin

  • De architectuur geeft doorgaans de opvatting van de architect weer.
  • Normaal gezien is licht als lucht, in die zin dat je vooral bij ontstentenis ervan in de verleiding komt te reflecteren op het belang ervan. Maar hier leek het licht door mensenhanden gemaakt, bij wijze van bekroning van de architectuur, als een laag bladgoud over een sculptuur of als een met zorg aangebrachte vernislaag over de voorstelling die deze van zichzelf had geschilderd. Maar deze vergelijkingen zijn te statisch, want daarbij was het licht voortdurend in beweging, alsof het de schaduwen achternazat.
  • In Delft kun je aan de TU architectuur studeren
  • Wij hebben een stervormige architectuur in ons netwerk toegepast.

Betekenis en uitleg van architectuur

Architectuur is de kunst en wetenschap van het ontwerpen en bouwen van gebouwen en andere structuren. Het gaat niet alleen om functionaliteit, maar ook om esthetiek en de manier waarop een gebouw zich verhoudt tot zijn omgeving.

Je gebruikt het woord 'architectuur' vaak wanneer je praat over bouwwerken, stedenbouw of zelfs interieurs. Het kan zowel verwijzen naar historische stijlen, zoals de gotiek, als aan moderne ontwerpen. Architectuur omvat ook de filosofie en principes die achter het ontwerp schuilgaan, waardoor het een breed en veelzijdig begrip is.

Voorbeelden

  • De architectuur van het nieuwe museum in de stad is een prachtig voorbeeld van moderne ontwerpen die duurzaamheid combineren met esthetiek.
  • Tijdens de rondleiding vertelde de gids ons over de invloed van Romeinse architectuur op de hedendaagse bouwstijl.
  • De architectuur van de oude kathedraal trekt jaarlijks duizenden toeristen die zich verwonderen over de gedetailleerde gevels.

Woordoorsprong

Het woord 'architectuur' komt van het Grieks 'architekton', wat 'hoofd-bouwer' betekent, samengesteld uit 'archi-' (hoofd) en 'tekton' (bouwer).

Veelgestelde vragen over architectuur

Wat is de betekenis van architectuur?

architectuur betekent: (kunst), de bouwstijl van een gebouw, bouwstijl

Hoeveel betekenissen heeft architectuur?

architectuur heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft architectuur?

architectuur is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van architectuur?

Synoniemen van architectuur zijn: bouwstijl, bouwkunst.

Hoe gebruik je architectuur in een zin?

Voorbeeld: “De architectuur geeft doorgaans de opvatting van de architect weer.

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelsarchitecture
Fransarchitecture
DuitsArchitektur, Nachkriegsarchitektur
Spaansarquitectura
Italiaansarchitettura
Portugeesarquitetura
Russischархитектура
Chinees建筑
Japans建築
Koreaans건축
Arabischعمارة
Turksmimarlık
Poolsarchitektura
Zweedsarkitektur
Deensarkitektur