Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

areka

mannelijk/vrouwelijk (de)/aˈreka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor palmbomen uit het geslacht
    {{ouds|1935/46
  2. fruit (fruit) zaad van de betelpalm , dat fijngehakt kan worden gekauwd als opwekkend middel
    Met het oog op tol- en havengelden volgde een strenge controle van schip en lading. Die bestond uit peper, areka (noot van de betelpalm waar sirih van wordt gemaakt), sandelhout, tin en lood.

Etymologie

*via "areca" van "അടയ്ക്ക" (aṭaykka), in de betekenis "soort palm" aangetroffen vanaf 1596