argus
mannelijk (de)/ˈɑrɣʏs/
Wat is de betekenis van argus?
argus betekent: persoon met scherpe blik waaraan niets ontgaat
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon met scherpe blik waaraan niets ontgaat
- (dierkunde) afhankelijk van de context gebruikt als benaming voor een dier dat met op ogen lijkende vlekken is bedekt
- (hoendervogels) argusfazant
- (buikpotigen) argushoorn, benaming voor slakken uit het geslacht
- (vlinders) arguskapel of argusvlinder
- (nachtzwaluwachtigen) argusnachtzwaluw
- (straalvinnigen) argusvis
- (wormen) argusworm
Voorbeelden van "argus" in een zin
- “Een vrij volk is een argus,” schreef de Nederlandse revolutionair Anacharsis Cloots in de dagen van de Franse Revolutie. “Het ziet alles, hoort alles, is overal en slaapt nooit.”[https://deleesclubvanalles.nl/recensie/het-huis-van-argus-2/ Huub Dijstelbloem; De leesclub van alles]
Etymologie
#(verkorting) van argusfazant, argushoorn, arguskapel, argusnachtzwaluw, argusvis, argusvlinder, argusworm of een wetenschappelijke naam met "argus", dieren die bedekt zijn met een patroon van vlekken die op ogen lijken en daarom naar de mythologische figuur "Argus" zijn genoemd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek