armklem

mannelijk (de)/'ɑrmklɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een controletechnieken die bij vechtsporten zoals judo, karate en jiujitsu worden gebruikt, de bedoeling van een armklem is dat men het ellebooggewricht immobiliseert
    „Ik ben een getraind judoka en heb de man in een armklem gelegd. Tubantia 18-02-17 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/winterswijker-houdt-winkeldief-vast-met-een-armklem~afd0a872/ Winterswijker houdt winkeldief vast met een armklem]
  2. iemand klemmend vasthouden met de arm
    De rechtbank concludeerde dat de aanhouding wel rechtmatig was en ook dat de armklem proportioneel was. Dat de beveiliger die armklem echter ook nog aanhield terwijl zijn collega was gearriveerd en toen bleek dat de arrestant niet meer tegenspartelde, vond de rechter wel verwijtbaar. Het Parool 20 DECEMBER 2013 [https://www.parool.nl/binnenland/beveiliger-vrijgesproken-van-dood-door-schuld-arrestant~a3565745/ Beveiliger vrijgesproken van dood door schuld arrestant]

Vertalingen

Engelsarmlock