armkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑrᵊmˌkrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kracht die je kunt uitoefenen met je armen
    Twee weken geleden kwam ik haar hier in het dorp weer tegen in haar rolstoel die ze kan koppelen aan een voorwiel waarmee ze op armkracht fietsend vooruit kan komen. Mooi meisje, mooi gezicht ook, als je ziet hoe handig ze met dat apparaat manoeuvreert.de Telegraaf 23 januari 2015
    Tien paar handen moeten eraan te pas komen om de zes meter lange betonnen kano de werkplaats van de faculteit uit te tillen. Vierhonderd meter verderop testen de zes leden van de commissie BetonKano de 250 kilo zware boot voor het eerst. Een takelwagen komt niet te pas aan de sleeppartij: volgens de regels moet de kano met armkracht vervoerd kunnen worden.Tubantia D. Perreijn 10 januari 2017