armoedeval

mannelijk (de)/'ɑrmudəvɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fenomeen dat iemand met een uitkering door te gaan werken geen extra inkomsten verwerft; verschijnsel dat iemand door meer geld te verdienen, door het wegvallen van sociale voorzieningen, juist armer wordt; verschijnsel dat iemand die arm is geen mogelijkheden heeft om zijn of haar positie te verbeteren