Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

armpotigen

/ˌɑrᵊmˈpotəɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stam , ongewervelde zeedieren die voedsel binnenhalen met een tentakelkrans en zich beschermen met twee harde schalen, aan de boven- en de onderkant. Brachiopoda is een samentrekking van het Latijnse bracchium (arm) en het Griekse πούς (voet)
    Tot nu toe heeft men voornamelijk ervaring met schelpen van nog levende Brachiopoda of armpotigen, een uit circa vijfhonderd recente en meer dan zevenduizend fossiele soorten bestaande stam van het dierenrijk. Brachiopoden zijn zeer primitieve organismen: het zenuwstelsel bestaat uit een ring om de slokdarm en een samentrekbaar blaasje doet dienst als hart. Ze zitten met een steel vastgehecht aan rotsen op de zeebodem.

Etymologie

**[2] leenvertaling van Neolatijn "brachiopoda", gevormd uit "βραχίων" (brachíoon) "arm" en "ποδός" (podós) "voet, poot"