arpeggio
onzijdig (het)/ɑrˈpɛdʒo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) akkoord dat gebroken gespeeld wordt
Etymologie
* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘na elkaar laten klinken van tonen die tegelijk klinkend zijn geschreven’ voor het eerst aangetroffen in 1795
Vertalingen
Spaansarpegio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek