arrangeur

mannelijk (de)/ɑrɑ͂ː'ʒør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek, beroep (muziek) (beroep) iemand die een compositie geschikt maakt voor andere instrumenten, of een andere muzikale stijl.
    De arrangeur heeft de filmmuziek voor onze ensemble geschikt gemaakt.

Etymologie

* van arrangeren