arrangeren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) in een bepaalde orde rangschikken, ordenenHij heeft de bloemen tot een mooi boeket gearrangeerd.
- (ov) (muziek) een bepaalde melodie met akkoorden omlijsten en voor een bepaalde bezetting geschikt makenHij arrangeerde een bekend lied voor fluit, hobo en orgel.
- (juridisch) (een geschil) bij schikking afdoen
- regelen, organiserenDe vaksbondsleider wil een gesprek tussen het personeel en de directeur arrangeren.
Etymologie
*afgeleid van het Franse arranger ()
Vertalingen
Engelsarrange, fix up
Fransarranger
Spaansarreglar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek