arrivist

mannelijk (de)/ɑri'vɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die met alle geoorloofde en niet-geoorloofde middelen probeert een officiële positie te verkrijgen
    De oppositiepartijen hakten fors in op het jobhoppen van beide N-VA-ministers. Sven Gatz (Open VLD) sprak van 'een absoluut dieptepunt voor het Vlaams parlement en de politiek in het algemeen'. Lode Vereeck (LDD) noemde het een 'beschamende vertoning' en doopte de de N-VA om tot de 'Nieuw-Vlaamse Arrivisten.

Etymologie

* van arriveren