artiest

mannelijk (de)/ɑrˈtist/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die zijn creatieve talenten gebruikt om kunst te maken, uitvoerend kunstenaar
    Het jonge meisje voelde zich al een hele artiest toen ze op de vrijmarkt speelde op haar viool.
    'Scènes uit een trans-Atlantisch huwelijk Hbib was ook ooit artiest geweest, al had hij dat zelf nooit zo genoemd.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kunstenaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1553

Vertalingen

Engelsartist
Fransartiste
DuitsKünstler
Spaansartista
Poolsartysta